Maria is geboren in 1920. Als ze 94 jaar is en de eerste verschijnselen van dementie zich vertonen, kijkt ze samen met Goudsblauw terug op de eerste ontmoeting met haar man Janus.

Ik was 18 jaar toen ik Janus voor het eerst sprak. Dat was op de kermis in Best. Daar was ik toen expres naar toe gegaan, want ik vond Janus een harstikke fijne vent. Maar of hij mij toen al kende, dat weet ik niet meer. Ik weet wel dat ik hem de eerste keer zag bij Philips. Daar werkte Janus en ik werkte daar ook. Met een grote ijzeren bak, met daarin van die koperen stukjes, liep ik naar de weegschaal toe. Terwijl ik liep zag ik ineens Janus achter zijn bureau zitten. Daar werd ik zo zenuwachtig van, dat ik struikelde. De hele bak met dat spul erin, alles viel op de grond. Dat gaf een herrie, niet normaal. En in plaats van dat Janus mij kwam helpen……. nee hoor. Maar ik was zo zenuwachtig, dat ik alles in de steek liet en zo snel mogelijk terugging naar mijn plaats. Daarna kwam de onderbaas naar mij toe en vroeg: “Wat is hier aan de hand?”. Ik kon niet anders dan alles aan hem vertellen. Ik was gevallen omdat ik Janus had gezien. Ik schaamde me rot. 

Mijn collega’s kregen er lucht van wat er was gebeurd. Met als gevolg dat zij iedere keer als ik voorbij kwam en Janus in de buurt was, een liedje zongen. Toen was dat een heel bekend liedje over Jozef. Maar Jozef pasten ze aan naar Janus. “Oh Janus, Janus, laat mij niet langer wachten. Janus, Janus, ik wil niet langer wachten. Mijn haar dat vergrijst, mijn tanden vallen uit, mijn moeder heeft gezegd, dat je mij beslist niet trouwt. Janus, Janus, maak van mij een bruid”.  Daar werd ik harstikke vinnig van als ze dat zongen. Later heb ik aan Janus gevraagd of hij nog wist dat ik dat was die alles liet vallen. Maar hij kon het zich niet herinneren, het was langs hem heengegaan. 

Dus samen met mijn vriendin Annie was ik naar de kermis in Best gegaan. We gingen in de draaimolen en vonden dat al heel wat. We kregen maar weinig zakgeld, dus meer zat er niet in. Janus had ook geen zakgeld meer. We konden nergens samen in. Maar daarna heeft hij mij wel naar huis gebracht met de fiets. Hij woonde in Best en ik woonde in Eindhoven. Hij fietste een stuk mee naar de Boschdijk. Toen we bij Acht kwamen draaide hij om en ging terug naar Best. Al die tijd fietste Annie achter ons. Vroeger moest je ook altijd met z’n tweeën rijden, net als nu. Een hele tijd zijn we met z’n drieën uit gegaan, tot het moment dat Annie dat niet meer wilde. Ze zei:  “Ik hang er als het derde rad aan de wagen bij”. En dat was ook zo. En bij Janus en mij is het aan gebleven. We hebben 4 jaar verkering gehad. Van mijn 18de tot mijn 22ste jaar. Volgens mij was het op mijn verjaardag dat ik hem leerde kennen op de Kermis in Best. Dat was in de zomer. 

Scroll naar top